In De Nieuwe Tuin zijn maar liefst 240 verschillende soorten planten te vinden. Naast de bestaande begroeiing zijn er door ecologisch hovenier Hans Engelbrecht en kunstenaar/ontwerper Frank Bruggeman ook nieuwe soorten ingebracht. Voor de beplanting van De Nieuwe Tuin hebben de ontwerpers gekozen voor een mix van inheemse soorten, waaronder wilg, vlier en meidoorn en stedelijke exoten, zoals reuzenbalsemien, Japanse duizendknoop, zevenblad en hemelboom. In en langs het water staan onder meer riet, rietsigaar en gele lis. Hans Engelbrecht belicht in 'Planten' de komende tijd een selectie uit de soortenrijkdom van De Nieuwe Tuin. 

#3 Teunisbloem / Oenothera

Vergeten groenten, superfoods, eetbare bloemen; ze staan momenteel volop in de belangstelling. Ook in De Nieuwe Tuin is veel eetbaar groen te vinden. In mei werd tijdens de opening van de tuin Het Nieuwe Tuinbier geserveerd, gebrouwen met paardenbloemen. De bloemen van de paardenbloem openen rond het middaguur en sluiten zich ’s avonds weer. De paarse morgenster, een andere ‘vergeten groente’ in De Nieuwe Tuin, opent haar bloemen in de ochtend en sluit ze weer rond het middaguur. Gefascineerd door het fenomeen dat iedere soort zijn eigen specifieke tijdstip van openen en sluiten heeft, plantte de Zweedse botanicus Carl Linneaus in 1748 zijn Horlogium florae. 

De teunisbloem heeft alles in zich om ‘in de mode’ te zijn, aangepast als ze is aan onze lifestyle. Overdag, als wij aan het werk zijn, staat zij er wat verlept bij, maar ’s avonds, wanneer we tijd hebben om in alle rust van De Nieuwe Tuin te genieten, begint zij te stralen. Wonderbaarlijk om te zien hoe de teunisbloem in het tijdsbestek van één minuut haar gele bloemen opent, waarna zij een zeer aangename zoete geur begint te verspreiden. Hiermee trekt de teunisbloem nachtvlinders en andere ’s nachts vliegende insecten aan. In ruil voor nectar zorgen zij voor bestuiving.

De teunisbloemen zijn in de zeventiende eeuw vanuit Noord Amerika naar Europa gekomen. Een aantal soorten zijn zo ingeburgerd, dat we ze inmiddels tot onze inheemse flora rekenen. In Nederland kennen we de grote teunisbloem (Oenothera erythrosepata), de middelste teunisbloem (Oenothera bienes) en de kleine teunisbloem (Oenothera parviflora). De teunisbloem vormt in het eerste jaar een penwortel en een plat bladrozet waaruit het jaar erna een bloeistengel groeit. De afgestorven bloeistengel met langwerpige zaaddozen bevat een grote hoeveelheid zeer kleine zaadjes en kan, als deze niet uitgetrokken of afgemaaid wordt, nog ruim een jaar als natuurlijke vogelvoederplaats dienen.

De wortel van de teunisbloem is eetbaar en wordt in Frankrijk ‘jambon vegetal’ genoemd, naar de ham-roze kleur die de wortels na het koken krijgen. Uit de zaden wordt een medicinale olie gewonnen, die gebruikt wordt voor de behandeling van uiteenlopende kwalen. De bladeren werden in de Tweede Wereldoorlog als alternatief voor tabak gebruikt. Ook de bloemen zijn eetbaar en bruikbaar in salades of bij een dessert; mits je het geduld weet op te brengen om met de bereiding te wachten tot ze open gaan.

Vergeten groenten, superfoods en eetbare bloemen, wat wenst een modern mens nog meer van een tuinplant? 

#1 Gewone vlier / Sambucus nigra

In De Nieuwe Tuin staan twee soorten vlier: de witte en de rode variant. In de bosschages langs het terras, langs de takkenril staat de gewone vlier nu volop in bloei met geurende witgele bloemschermen. De roodbladige vlier - de cultivar ‘Thundercloud’ - is een voor tuin en park gekweekte variant van de gewone vlier en staat in de bakken op de stoep voor Huis Sonneveld en langs de parkeerstrook. De bladeren van deze cultivar zijn donkerrood en de bloemen wit-roze.

#2 Kleine varkenskers / Corónopus didymus

In De Nieuwe Tuin zijn een paar ‘lastige’ invasieve exoten geplaatst om de plek en problematiek met betrekking tot deze soorten in dit landschap te onderzoeken. De kleine varkenskers is een, door ons niet gezaaide of geplante, wat onopvallende maar zeer invasieve exoot uit Zuid Amerika. 

De Nieuwe Tuin
Frank Bruggeman en Hans Engelbrecht
Karlis Krecers

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Landschap en Interieur en het dossier Museumpark.

De Nieuwe Tuin is een samenspel van natuur en cultuur op het buitenterrein van Het Nieuwe Instituut. Het tijdelijke landschap van kunstenaar/ontwerper Frank Bruggeman en hovenier Hans Engelbrecht sluit aan op de groeiende belangstelling voor stadsnatuur.