Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De afgelopen jaren transformeerde het buitenterrein van Het Nieuwe Instituut langzamerhand in een wilde stadstuin. Beeldend kunstenaar Frank Bruggeman en ecologisch hovenier Hans Engelbrecht, verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van De Nieuwe Tuin, vertellen over hun manier van werken.

‘Bij mooi weer zit er bijna altijd iemand op het bankje bij de vijver,’ zegt Bruggeman. ‘Het is echt een stadstuin geworden waar je mensen van ziet genieten. Ik vind het fantastisch dat dit soort plekken midden in de stad kunnen ontstaan.’ In de lente van 2015 startten Bruggeman en Engelbrecht met het omvormen van het terrein naast Het Nieuwe Instituut in een ecologisch rijke tuin. In een kleine vier jaar tijd heeft zich in het gebied en de daarbij horende vijvers een rijke biodiversiteit ontwikkeld. ‘Alle elementen waar je op kunt letten bij het opstarten van een ecologische, groene inrichting zijn goed zichtbaar geworden,’ meent Engelbrecht. ‘Er is sprake van voedselarme en voedselrijke grond, er zijn zon- en schaduwplekken, je kunt ervaren wat de aanwezigheid van bomen betekent voor de biodiversiteit, wat de kwaliteit van een open veld is en welk effect betreding heeft: al die elementen zijn aanwezig op het kleine lapje grond naast Het Nieuwe Instituut. Het maakt de tuin heel erg geslaagd.’

De Nieuwe Tuin balanceert tussen natuur en cultuur. Het is vooral Bruggeman die als beeldend kunstenaar de spanning tussen die twee opzoekt. ‘In de tuin is bewust gekozen voor een mix van stedelijke tuinplanten en heemplanten. Daardoor is een nieuw soort stedelijke natuur ontstaan, ruiger en veel wilder dan gebruikelijk op dergelijke dure centrumlocaties. De betonnen elementen heb ik erin gebracht om het contrast tussen het stedelijke en het natuurlijke in de tuin te benadrukken.’

‘Met De Nieuwe Tuin maken wij een statement over een nieuwe benadering van groen in de stad,’ zegt Engelbrecht. ‘Zo’n zes keer per jaar kom ik langs om de tuin te onderhouden. Ik zoek het grensgebied tussen wild en verwilderd op. Ik wil dat er een bepaalde vrijheid spreekt uit dit stukje stedelijke natuur. Tegelijkertijd moet de tuin, ondanks zijn ruigheid, een vriendelijke, landschappelijke uitstraling hebben.’

De Nieuwe Tuin is ook een sociale plek, benadrukt Bruggeman, waar mensen op een prettige manier kunnen verpozen. ‘De wildheid van de tuin moet wel uitnodigend zijn. Hoe stedelijker onze omgeving wordt, hoe meer behoefte wij aan vrije natuur hebben.’ Dat De Nieuwe Tuin zich midden in een grote stad bevindt maakt wel verschil, weet hij. ‘Niet iedereen verwacht een dergelijke, wilde tuin in het centrum van de stad.’ Het ruige karakter van de begroeiing maakt dat sommigen het terrein slecht onderhouden vinden. ‘Dat mensen iets mooi of lelijk vinden snap ik wel, maar de onverschilligheid waarmee sommige bezoekers van de tuin hun afval achterlaten vind ik schrijnend.’ Het lijkt hem een goed idee als de overheid statiegeld op blikjes en kleine flesjes gaat heffen, net als in Duitsland. ‘Ik was laatst in Berlijn, en daar zie je nauwelijks rommel in de openbare ruimte.

Het gebied rond het museumpark krijgt een nieuwe inrichting. In het ontwerp van landschapsarchitectenbureau Gustafson Porter wordt de buitenruimte veel groener dan nu het geval is. Maar dat groen krijgt een heel ander karakter dan dat van De Nieuwe Tuin. ‘Ik mis de Rotterdamse rauwheid in het plan,’ zegt Bruggeman. ‘Het is een nogal inwisselbaar ontwerp dat je op vrijwel iedere stad zou kunnen projecteren. Je zou hier meer lef verwachten. Dat ze voor de Coolsingel een behoudend ontwerp maken kan ik nog begrijpen, maar het museumkwartier kan wel wat experiment gebruiken. Ik had het een mooie oplossing gevonden om de instellingen aan het Museumpark ieder een heel eigen groen karakter mee te geven: drie of vier groene ‘kamers’ die elk een eigen karakter en sfeer hebben maar wel samen één geheel vormen. Een beetje in de lijn van heemtuinen of botanische tuinen.’ Het verheugt Bruggeman en Engelbrecht dan ook dat vergroening van de vijvers voor Het Nieuwe Instituut in de plannen voor de nieuwe inrichting is omarmd.

‘Het is voor mij geen probleem dat de tuin opgaat in een groter geheel en dat er een andere inrichting overheen wordt gelegd,’ benadrukt Engelbrecht. ‘Maar het zou mooi zijn als een aantal principes die we hier hebben laten zien, zouden worden overgenomen.’

‘Dat meer rekening wordt gehouden met de verschillende elementen die de natuurlijke begroeiing van een plek beïnvloeden, zoals de kwaliteit van de grond, van het licht en de omliggende bebouwing,’ vult Bruggeman aan. ‘Dat er niet even van achter het computerscherm een groene laag over het gebied heen wordt gelegd, maar dat er vanuit de eigenschappen van het perceel wordt gedacht en gewerkt.’

‘Ecologisch beheer reageert op wat er is,’ beaamt Engelbrecht. ‘De natuur is voortdurend in beweging. Je zorgt er als beheerder voor dat planten zich kunnen ontwikkelen, dat de ene soort ruimte maakt voor de andere, maar niet verdwijnt, zodat er een steeds rijker systeem ontstaat. Ik vind het belangrijk dat de natuurlijke eigenheid van een plek de ruimte krijgt om tot wasdom te komen.’

Door de samenwerking met beeldend kunstenaar Bruggeman is hovenier Engelbrecht zich nog meer bewust geworden van de ontwerpende kant van zijn vak. ‘Het proces van begroeid raken en verwilderen kent een esthetisch aspect, dat kan worden benadrukt door op specifieke plekken te maaien en te snoeien. Ik doe nu meer mijn best om de schoonheid van een uitgebloeide struik te laten zien.’ Hij studeerde ooit een jaar aan de biologisch-dynamische landbouwopleiding Warmonderhof. ‘Door de aandacht die daar aan fenomenologie werd besteed, zie ik de samenhang in de natuur nu beter. Ik kijk naar hoe planten op elkaar en hun omgeving reageren, en probeer daar op te anticiperen.’ Het is niet eenvoudig om die manier van werken over te dragen aan anderen, weet hij uit ervaring. ‘In het stedelijk groenbeheer werken vaak mensen die een beperkte plantenkennis hebben, ze zijn goed op de hoogte van de planten die traditiegetrouw in plantsoenen staan, maar over alternatieven weten ze meestal weinig.’

‘Het op een ecologische wijze beheren van de buitenruimte is wezenlijk anders dan het op gezette tijden onderhouden van een eenmaal aangelegd ontwerp,’ benadrukt Bruggeman. Maar er is wel iets aan het veranderen in het groenbeheer, denkt Engelbrecht. ‘Ik word steeds vaker gevraagd om uit te leggen wat mijn drijfveer is. En in Amsterdam is recent de MBO-opleiding Urban Green Development gestart, gericht op een duurzaam beheer van het groen in de stad.’

‘Ook de publieke opinie verandert,’ zegt Bruggeman, ‘steeds meer mensen zijn zich gelukkig bewust van de noodzaak van een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving’.

Lotte Haagsma, december, 2018

De Nieuwe Tuin
Frank Bruggeman en Hans Engelbrecht
Karlis Krecers

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Landschap en Interieur en het dossier Museumpark.

De Nieuwe Tuin is een samenspel van natuur en cultuur op het buitenterrein van Het Nieuwe Instituut. Het tijdelijke landschap van kunstenaar/ontwerper Frank Bruggeman en hovenier Hans Engelbrecht sluit aan op de groeiende belangstelling voor stadsnatuur.